Deel 1: de vergunning
Stedenbouwkundige vergunning
Voordat er gebouwd mag worden, moet er een stedenbouwkundige vergunning aangevraagd worden, de zogenaamde bouwvergunning.
Meestal is het aanvragen van zo'n vergunning voor een normaal buitenzwembad geen probleem. De eerste vraag die gesteld moet worden, is of er een architect nodig is. Indien het bad verder dan 2 meter van perceelgrenzen of gebouwen verwijderd is, en de oppervlakte kleiner dan 150 m² bedraagt, is er geen architect nodig.
Indien er geen architect nodig is, kan bij het gemeentebestuur het aanvraagformulier voor eenvoudige dossiersamenstelling ingevuld worden. Als er wel een architect nodig is, zal het het aanvraagformulier voor uitgebreide dossiersamenstelling gebruikt moeten worden.
Na deze stap zijn er twee mogelijkheden: ofwel wordt de vergunning toegekend, ofwel wordt hij geweigerd. Indien u geen vergunning krijgt, zou u eventueel in beroep kunnen gaan.
Als de vergunning goedgekeurd is, mag u in principe beginnen met de bouw (we gaan er vanuit dat er geen architect nodig is). Vergeet echter niet dat ten minste acht dagen van te voren de gemachtigde ambtenaar en het schepencollege op de hoogte moeten worden gebracht door middel van een aangetekende brief. Tijdens de werken zelf moet ook aan de straat aangeplakt zijn dat de vergunning afgegeven is. Een afschrift van de vergunning en het dossier moeten tevens op de bouwplaats aanwezig zijn.
Op deze foto is de plaats van het zwembad aangeduid met gekleurd lint. Dit foto was nodig voor de aanvraag van de vergunning.
In het volgende deel beginnen we met de afgraven van de tuin en het uitgraven van het bad.
Bron: www.vlaanderen.be
